Vanuit Aedes wordt de boodschap uitgedragen dat corporaties overal en altijd in de wijken aanwezig zijn. En dat is terecht, want corporaties zijn niet alleen actief in de 40 Vogelaarwijken, en de 100 Winsemiuswijken maar in honderden wijken, overal in het land.
Een jaar of 2 geleden was er een congres van Aedes specifiek gewijd aan de maatschappelijke activiteiten op het gebied van leefbaarheid. Ik ben daar toen gaan luisteren bij allerlei sessies en ik was verrast over de tientallen initiatieven en projecten die daar werden toegelicht. En in het Aedes-magazine valt daar elke 2 weken ook het nodige over te lezen.
Sinds de invoering van het prestatieveld leefbaarheid, zoals dat officieel heet, heeft het investeren in leefbaarheid een enorme vlucht gekregen. Vandaag gaat het over de rol van ICT in de wijken, maar dat is maar één van de instrumenten uit de grote gereedschapkist die in talloze wijken wordt ingezet.
Over het algemeen gaat het om initiatieven, plannen en voorzieningen waarbij de corporaties trekker zijn, vaak in coalities met andere maatschappelijke instellingen. Vanuit Aedes - en ik kom daar straks nog wat uitgebreider op terug, worden er allerlei initiatieven financieel ondersteund via het Fonds Werken aan Wonen.
Wat gebeurt er in de wijken op het gebied van leefbaarheid ?
Daarbij is het ook goed om eens te kijken naar de basisactiviteiten van de corporatie: het onderhouden van woningen en woonomgeving.
Om te beginnen wordt er jaarlijks door de gezamenlijke corporaties 3 miljard euro geïnvesteerd in het onderhoud van de woningen. Dat is dus bedoeld om de kwaliteit van de voorraad huurwoningen, en daarmee dus de wijken, op peil te houden. Het feit dat er een traditie is om ordentelijk onderhoud aan de woningvoorraad te plegen vinden wij heel gewoon, maar zo gangbaar is dat niet. Dat is een enorme investering in leefbaarheid. Ga anders maar eens kijken in de landen om ons heen, ook dichtbij, maar vooral in de wijken met de "plattenbau"in oost-Europa, waar nooit iets aan onderhoud is gedaan. Dan blijkt dus hoe belangrijk het is om de basiskwaliteit goed te houden. Maar er gebeurt meer want we kunnen niet volstaan met het in standhouden. Woningen raken verouderd en moeten dus verbeterd worden, qua comfort, installaties, veiligheid en dergelijke. Aangepast aan de eisen van deze tijd.
Aan woningverbetering, dus naast het onderhouden, wordt jaarlijks zo'n 1,2 miljard uitgegeven.
Dit gebeurt allemaal zonder dat er enig convenant met de minister of met wie dan ook aan ten grondslag ligt. Het wordt gedaan omdat corporaties hun verantwoordelijkheden serieus nemen. En natuurlijk kan het allemaal beter en meer. Er zijn talloze wijken waar, ondanks die investeringen, nog enorme verbeteropgaven liggen. Maar daar zijn nu juist de reserves voor die de afgelopen jaren met zorgvuldig financieel beleid zijn opgebouwd.
Dit soort investeringen worden vaak afgedaan als een soort vanzelfsprekendheid, investeren in stenen en het gaat toch om de mensen. Dat is ook zo, het gaat om de mensen maar die hebben weinig aan allerlei leefbaarheidsprojecten als de basis niet in orde is.
Op het specifieke terrein van de leefbaarheidsprojecten, althans datgene wat concreet wordt gemeten, wordt er door de corporaties jaarlijks 275 miljoen geïnvesteerd en er wordt nog eens jaarlijks ruim 200 miljoen in energiebesparing gestoken, en we mogen aannemen dat deze bedragen snel zullen toenemen omdat we hiermee nog maar aan het begin staan. Op basis van de cijfers van 2006 en 2007 gaat het dus om investeringen rond de 4,7 miljard, waarvan 475 miljoen voor leefbaarheid en energiebesparing. In het licht van de zorgen over het maatschappelijk functioneren van wijken en de klimaatveranderingen uiterst essentiële investeringen; dat behoeft nauwelijks toelichting.
Het investeren in de leefbaarheid van kwetsbare wijken is het enige juiste antwoord op de problemen die er zijn. En er zijn problemen in wijken. Mensen die werkloos zijn, mensen die dakloos zijn, verslaafden, groepjes jongeren die zich misdragen, jongeren die slecht opgeleid zijn, ouderen die eenzaam zijn. Om eens een paar aspecten van de kwetsbare wijken te nomen. Maar om dan te gaan roepen dat de wereld in brand staat en het leger moet worden ingezet is natuurlijk de grootst mogelijk onzin. En erg contra-productief. Je krijgt toch de indruk dat die Kamerleden het eigenlijk erg prettig vinden als er ergens problemen zijn want dat biedt hen de gelegenheid eens flink te keer te gaan in plaats van te doen waar ze voor zijn: wetgeving maken en de regering controleren. Maar dat terzijde.
Als je de cijfers van de corporatie-investeringen tot je door laat dringen; dan is alle gedoe over de onderhandelingen rond de Vogelaarwijken, en het afromen
Ik heb het beeld gekregen dat de Vogelaarinvesteringen, met name hetgeen Rijk en gemeenten erbij leggen, toch wel bescheiden is in het licht van de investeringen die door de sector al worden gedaan. Het is natuurlijk helemaal vreemd om winstbelasting te gaan heffen bij instellingen die op grond van de Woningwet niet winst-beogend zijn en geacht worden om al hun uitgaven in het belang van de volkshuisvesting te doen. En van de VpB weet je één ding zeker: dat geld wordt niet meer ingezet in het belang van de VH.
En het leidt er toe dat sommige corporaties zich van de wijs laten brengen door procedures te gaan voeren over de vraag of men al dan niet toegelaten instelling wil blijven. Dat leidt toch tot vruchteloze discussies en verspilling van energie.
Over de corporaties die zich in dit kader druk maken over uittreden uit het bestel denk ik: hebben jullie nou niets beters te doen? Blijf toch gewoon je basistaken uitvoeren, en als het geld door VpB op is, zou ik zeggen: verwijs je gemeente en bewoners naar de veroorzakers, dus naar de Haagse politiek. Huurders zijn tenslotte ook kiezers en vertel ze dus waar ze moeten zijn als de wijkverbetering stagneert door geldgebrek.
Daarmee wil ik niet zeggen dat het bij de VpB niet om groot geld gaat; als de sector jaarlijks zo'n 500 miljoen moet afdragen, en daar wijzen de ramingen op, dan is het dus het hele budget van de sector voor leefbaarheid en energiebesparing. Het is wel goed om aan te geven dat deze politieke keuze zo is gedaan; wij hebben het niet bedacht zal ik maar zeggen.
Terug naar de dingen die wel gebeuren, want daar gaat het vandaag tenslotte over.
De rol van ICT in de wijk, het wijkweb,verschillende sprekers gaan daar vanuit hun deskundigheid uitgebreid op in.
Ik wil een paar opmerkingen maken over de maatschappelijke betekenis daarvan, want dat is ook het motief om vanuit het Aedes fonds Werken aan Wonen dit soort initiatieven te steunen. Maar eerst iets over het Fonds.
Dit Fonds is ontstaan vanuit geld dat is ingebracht vanwege de liquidatie van de NWR rond de fusie destijds van de beide koepels NWR en NCIV. Er is toen ongeveer 6 mln in het fonds gestopt voor de ondersteuning van bijzondere volkshuisvestingsprojecten. Het is trouwens nog een geluk dat de fiscus de opheffing van de NWR niet als een soort sterfgeval heeft gezien want dan zou men nog geprobeerd hebben successierechten te heffen. Dat is dus niet gebeurd zodat er geld van en voor de VH beschikbaar is.
Het bestuur van het Fonds heeft besloten om dit geld met bijdragen van max 75.000 euro in te zetten voor, wat we noemen, de onderkant van de samenleving, binnen en buiten NL. Daarnaast wordt gekeken naar innovatieve projecten en er moet altijd sprake zijn van een vorm van co-financiering. Het fonds draagt dus bij aan initiatieven die vanuit de sector komen.
Zo wordt er buiten NL ondersteuning verleend aan de reusachtige opgave die er in veel Oost-Europese landen ligt op het gebied van de woningverbetering. Er worden ook verschillende projecten gesteund in 3e wereld landen, vaak in combinatie met financiering via zogenaamde leningen van DIGH (Dutch International Garanteefund for Housing). Toen er vanuit de VH sector terecht plannen ontstonden om in Srilanka en Atjeh een bijdrage te leveren aan de wederbouw na de tsunami, is dat ook vanuit het Fonds ondersteund. Dat heeft geleid tot de bouw van zo'n 1000 huizen, grotendeels gefinancierd door de NL corporaties.
Wanneer we praten over projecten aan de onderkant van de samenleving dan gaat het bij ons over dak-en thuislozen, kamers met kansen, foyers de jeunesse en dergelijke activiteiten. Of bijvoorbeeld projecten die een bijzonder karakter in de wijken hebben, zoals de "kan wel"initiatieven. Als je op de websites van deze initiatieven kijkt dan zie je dat er inmiddels in een groot aantal steden dergelijke voorzieningen zijn of worden gerealiseerd.
Het fonds draagt daar graag aan bij want een belangrijk criterium bij de toekenning is de vraag of het initiatief ook door anderen kan worden toegepast, en dat gebeurt dus volop.
Vanuit de zelfde overwegingen heeft het Fonds ook besloten om bij te dragen aan het project web in de wijk. Als je naar de verschillende initiatieven kijkt die inmiddels o.a. in Den Haag, Emmen en Almere, dan komen steeds de zelfde aspecten naar voren, maar op hele verschillende wijzen inhoud gegeven.
Het Fonds wil graag bijdragen aan projecten die bij bewoners beginnen en waar instellingen aan kunnen bijdragen. Daar steunt het Fonds niet alleen Kan Wel! en Web in de Wijk maar ook de burenhulpcentrale. Initiatieven waar het ook vandaag over gaat. Het fonds wil ook graag bijdragen aan projecten waar steeds doorontwikkeling en verdieping mogelijk is. De samenwerking met Hogescholen wordt dan ook toegejuicht. Het is goed vandaag te merken dat zoveel docenten van Hogescholen aanwezig zijn om verder te werken aan sociale ICT voorzieningen in wijken.
Het gaat om sociale cohesie, integratie, ontmoeten, betrokkenheid bij de wijk, trots zijn op de wijk. En dat betekent niet dat alle problemen opeens worden opgelost maar zoals er geïnvesteerd moet worden in de hardware van de wijk, het onderhoud van de woningen, moet je gelijktijdig investeren in de software van de wijk.
En bij alle voorbeelden die er zijn wordt er door een groot aantal instellingen samengewerkt onderwijs, welzijn, kunstenaars, gemeenten, corporaties.
Dus wat dat betreft is het prima dat er zo breed wordt samengewerkt. Voor één aspect wil ik nog specifiek aandacht vragen; wellicht zit dat in de projecten en plannen maar ik ben het nog niet erg tegengekomen. En dat is de diversiteit van de samenleving; vrijwel al de corporatiewijken hebben een sterk multicultureel karakter; dat is gewoon een gegeven. En als je de samenhang in de wijken wilt vergroten dan is ict in wijken ook een fantastisch middel om de contacten tussen de bevolkingsgroepen te vergroten. Vooral de oudere generaties allochtonen zijn vaak nog helemaal gericht op hun land van herkomst, getuige de vele schotelantennes. Voor scholen is het bijvoorbeeld niet makkelijk om via de klassieke manier van ouderavonden de ouders van allochtone kinderen te bereiken. Allochtone ouderen zullen ook niet zo gauw het blanke buurthuis binnenstappen. Internet wordt volop gebruikt om contact te onderhouden met de familie in het land van herkomst. Maar het zou natuurlijk ook het virtuele buurthuis kunnen zijn, de nabuurschap kunnen bevorderen tussen allochtonen onderling, en de informatie van instanties naar allochtonen makkelijker kunnen maken.
Dat is denk ik een van de grote opgaven van de huidige samenleving: hoe brengen wij balans in de enorme diversiteit in de wijken.
En daar kunnen projecten als Kan Wel, Web in de Wijk en De Burenhulpcentrale een wezenlijke bijdrage aan leveren.